
EPDM is een rubber dat gelijkaardige eigenschappen heeft als NBR, maar een geringere slijt- en breukvastheid vertoont. EPDM wordt ook wel ethyleenpropyleen-rubber genoemd. EPDM is beter bestand tegen chemische stoffen.
In het walsensegment wordt deze rubbersoort met name ingezet, wanneer zich de volgende problemen voordoen: Hitte, chemicalien, heet water, waterdamp en weersinvloeden.
Toepassingsgebieden zijn ook gelegen in bepaalde chemische belastingen.
Nitrielrubber is een gemengd polymerisatieproduct uit acrylnitriet en butadiëen. Het zet niet uit bij oliën, vetten en benzines. Het wordt ingezet in toepassingen die daar gebaat bij zijn - vooral in de algemene machinebouw.
Bij walsen die met ketones, esthers, aromatische en gechloreerde koolwaterstoffen in aanraking komen, is NBR de foute keuze, omdat het niet bestand is tegen deze stoffen.
De technische waarden zijn iets geringer dan bij natuurlijk rubber. NBR is inzetbaar in het temperatuurbereik tussen -40 en 120° C, is relatief slijtvast, verouderingsbestendig en wordt als olie- en vetbestendige rubberkwaliteit ingezet, die een goede grip moet bieden.
Zeer zachte walsen - bijv. voor het coaten van houten lijsten die van een profiel zijn voorzien - bieden wij eveneens aan in sponsrubberkwaliteit. Dit materiaal is zo zacht dat het zich zeer nauwkeurig kan aanpassen aan tal van vormen om zo een gelijkmatige werking te realiseren bij het aanbrengen van materiaal.
Voor zeer 'zachte' toepassingen - bijv. het bijtsen en lakken van planken en lijsten met profielen - zet Internorm sponsrubberkwaliteiten met een porositeit van 1 tot 3 in.
Met name in de houtverwerkende industrie zijn er daarvoor tal van toepassingen.